Wat reizen je al wel niet bij kan brengen…

Even voorstellen iedereen, dit is Laurens van Rossum. Een van mijn beste vrienden die nu aan de andere kant van de wereld zit. Ik heb hem gevraagd zijn verhaal te doen voor http://www.kbiri.nl/ het vertellen van waarom en hoe het uiteindelijk voelde om helemaal alleen naar de andere kant van wereld te gaan en hier alles achter te laten. Persoonlijk hoop ik dat het inspirerend kan werken voor lezers.
Een beetje verloren voelde ik me, wist nog niet precies wat ik wilde doen met mijn leventje. Al mijn vrienden om me heen waren aan het studeren, zaten krap bij kas maar hadden toch geld om uit te gaan. Zij hadden toekomstplannen en voelde zich lekker in hun vel. Achterlopen deed ik niet voor mijn gevoel maar het verschil zag ik wel.
Ik had een paar pogingen gedaan om te studeren, maar had toendertijd niet echt de motivatie om het door te zetten, mede het feit ik niet precies wist of ik de juiste studie had gekozen.
Toen besloot ik te gaan reizen, het was geen uitvlucht maar ik had ook geen zin om op de bank te zitten wachten tot mijn levendoel me besprong. Als je voor het eerst begint te flirten met het idee de wereld te verkennen weet je nog niet precies wat het inhoud en komen allerlei Robin Hood taferelen in je op.
Na wat kortstondige baantjes vond ik eindelijk een vaste baan in Amsterdam bij de Kadinsky en had ik de mogelijkheid om te beginnen met sparen. Ik begon met goede moed en werkte zoveel als ik kon. Na enige tijd had ik 1000 euro op mijn rekening en ik voelde me geweldig, dit was te gek! Normaal gesproken stond ik namelijk 1000 euro rood.. Ik bleef hard werken en het geld bleef binnen komen, de reisplannen werden ook steeds duidelijker en ik zag het saldo op mijn rekening als een motivatie. Toen ik ongeveer 2000 euro had gespaard begon ik een route uit te stippelen met een landkaart voor mijn neus. Fantaseerde over welke landen ik allemaal wel niet wilde bezoeken.
Tijdens en tussen het werken door was ik begonnen met het lezen over het boeddhisme omdat me dit altijd al aansprak. Mede om deze reden wilde ik sowieso door Azie reizen. Ik koos Thailand als startpunt en wilde vanuit daar mijn weg maken door Azie. Na Azie wilde ik ergens anders heen. Zuid-Amerika leek me geweldig, maar dit werd even iets te duur. Daarom besloot ik eerst naar Nieuw-Zeeland te gaan en daarna naar Australie. Ik ging naar het reisbureau om te kijken wat dit me allemaal ging kosten. Het was op zich wel prijzig maar ook niet echt onredelijk.
Na het boeken ging het sparen alleen maar beter en voor ik het wist moest ik me gaan bezighouden met het inpakken van een rugzak. Daar moet ik wel even bij zeggen, dat ik me een slag in het rond werkte.
Inpaklijstjes gecontroleerd, afscheid genomen van familie en vrienden, een tikkeltje zenuwachtig, maar met volle moed op schiphol aangekomen! Dan gaat het toch maar echt even gebeuren. Het afscheid op schiphol ging vrij goed voor mijn gevoel, dikke knuffels doch een licht vochtig traantje onder mijn ogen. Op zoek naar de gate, op pad, het avontuur begint jongen! Van Amsterdam vloog ik naar Londen en van daar naar Bangkok. Na zo’n 14 uur vliegen kom je licht vermoeid in Thailand aan en stap je van een ene in een andere wereld. ‘Long live the king’ zie je overal om je heen als het vliegtuig naar de gate taxiet, om maar niet te spreken over het klimaatsverschil…
Eerst kwam was ik in Koh Pangang daarna Koh Puket en daarna Koh Phi Phi en toen had ik het eerlijk gezegd wel een beetje gezien wat betreft de toeristrische oorden. Je kan er niet meer doen dan s’avonds uitgaan en overdags op het strand liggen. Als uitgaan je reden is voor je bezoek aan Thailand kan je beter je ticket omboeken naar de Spaanse costa, dat is een stuk dichterbij en bovendien goedkoper. Na deze eilanden van massatoerisme wilde ik het ware Thailand ontdekken, veel mensen vergelijken dit met scenes uit de film “The Beach” met Leonardo di Caproi. In real life is het tegenwoordig wat moeilijker om deze rustige, ongerepte, vredevolle eilanden te verkennen. Jaren geleden reisde mensen naar Thailand omdat het onaangetast was, daarna werd het populaider en populairder en sinds dien reizen steeds meer mensen naar Thailand waardoor de “puurheid” verloren raakt. De afgelegen eilanden zijn er echter nog wel op dit moment, maar deze worden steeds schaarzer. Ik reisde naar het zuiden van Thailand en kwam tijdens mijn zoektocht terecht op Koh Lipe, een eiland aan de westkust tamelijk ver verwijderd van het vaste land. Mij was verteld dat dit eiland nog enigzinds voldeed aan deze eisen.
Vanaf het vaste land vertrok ik met een snelle speedboat richting het eiland, met aan boord een handje vol andere backpackers. Na zo’n uur op volle snelheid gevaren te hebben (goed vasthouden) kwamen we aan bij het eiland en stapte we over op andere kleinere bootjes die ons naar het eiland brachten, deze kleinere bootjes zijn eigendom van de plaatselijke vissers en zij verdienden wat extra geld door toeristen naar het eiland te varen. Deze vissers bootjes worden longtailboten genoemd, ze maken een verschrikkelijk kabaal, als de vissers om 7 uur s’morgens de baai uit varen ben je hier hoe dan ook getuige van. Das weer eens wat anders als kukelende hanen in de ochtend… Ik ben in totaal ruim 2 weken op het eiland gebleven en heb oud en nieuw en mijn verjaardag daar gevierd, een ervaring die ik niet snel meer zal vergeten. Voor westerse begrippen was het wel even terug naar het “stenen tijdperk”, er was overdags geen electriciteit en dat betekend koude douches, geen pinautonmaat te bekennen en slechts een aantal winkeltjes, hun voorraad afhangend van een boot die zo nu en dan naar het vaste land vaart. Geen politiebureau, school, of wat voor overheidsgebouwen dan ook, dit wat voor ons zo normaal is. Back to basic, leven in de natuur!
Dit eiland is enigsinds speciaal aangezien de zus van de koning hier zo’n 30 jaar geleden op bezoek kwam en het eiland “onafhandelijk” verklaarde na het zien in wat voor armoede de mensen hier leefde. Sindsdien valt het nog wel onder de Thaise wet, maar hebben de familie’s op het eiland het land onder zich verdeelt gekregen zodat ze er zelf mee kunnen doen wat ze willen en sindsdien is elke familie voor zichzelf begonnen en heeft de ene kleine houten hutjes op het strand gebouwd voor de reizigers die hier komen en is de andere een cafeetje begonnen in de open lucht onder een grote overhangende boom. Hangmatten erop en eraan. In zo’n cafeetje kan je uren vertoeven, genietend van de ondergaande zon. Het is een relatief klein eiland met drie baaitjes en een zandpad dat de stranden met elkaar verbind. In het midden van het eiland vind je een paar eenvoudige huizen waar de mensen wonen en zo her en der over het eiland verspreid vind je “openluchtrestaurantjes”. Ik huurde een hutje aan het strand en ben de omgeving gaan verkennen…
Na een aantal maal te hebben gegeten in restaurant Fino raakte ik bevriend met de eigenaar, de mensen die er werkte en met name May, zij managede het restaurant zo ongeveer en sprak goed Engels omdat ze zelf in het verleden ook had gereisd, onder anderen in Europa. Een paar dagen later begon ik mee te helpen in het restaurant tijdens de drukke uurtjes en genoot ervan om onder de Thai te zijn. Ik heb in die tijd veel gelezen en genoten van het geweldige klimaat. Lekker liggen aan het strand, volleybal spelen met mede reizigers en s’nachts een nachtduik nemen met May maakte het leven daar zeer aangenaam. Als persoon zelf verander je ook tijdens zo’n tijd, je krijgt met eigen ogen te zien in wat voor arme omstandigheden mensen leven. Mensen die ondanks dit meer lijken te genieten van het leven dan menig andere persoon in Nederland. Ik realiseerde mij die tijd erg goed hoe veel kansen ik wel niet heb gekregen, kansen die sommige mensen hier nooit zullen krijgen. Ik heb levensverhalen aangehoord waar je een brok van in je keel krijgt en op zo’n moment besluit je zorgvuldiger met je tijd om te gaan en zie je elke dag als een geschenk vol met mogelijkheden.




